Accredited Investor? We Have a Deal Available Right Now! Click Here to Schedule a Call and Get Full Access

Vraagstukken Ondernemingsrecht jaargang 2024 – Corporate Finance Lab



In deze unieke webinar-reeks stellen academici en experts scherp op 5 actuele vraagstukken uit het ondernemingsrecht die de praktijk bezig houden, en brengen zij een analyse van de praktijkervaringen en adders onder het gras.

In elke sessie zal de spreker met pittige vragen en scherpe standpunten het vuur aan de schenen worden gelegd door een debater. De 5 webinars kunnen in zijn geheel of afzonderlijk gevolgd worden afhankelijk van de voorkennis en/of de gewenste verdieping.

Inschrijven volledige reeks 

600 EUR + BTW
voordeeltarief ipv 800 EUR + BTW
Early Bird Discount
2de deelnemer gratis
10u permanente vorming
OVB | ITAA | IBR
Meer info

De Topics

Het nieuwe verbintenissenrecht introduceert tal van nieuwe grenzen die aangrijpende gevolgen kunnen hebben voor de contractpraktijk, en in het bijzonder voor ondernemingen.

Maar wat zijn de belangrijkste gevolgen voor contractpartijen, derden en hun belangen? En wat zijn de aandachtspunten bij een aantal bijzondere maar courante clausules in vennootschapscontracten?

De CV is onder het WVV voorbehouden aan de “echte coöperatieve vennootschappen”. Het gros van de oneigenlijk gebruikte CVBA’s moest zich dus omzetten naar een BV. Nochtans geniet de CV op een aantal vlakken nog steeds over een grotere flexibiliteit voor aandeelhouders en oprichters.

Maar wanneer kan u nu precies kiezen voor een CV, en waarom zou u hiervoor kiezen? Welke specifieke werkingsprincipes zijn van toepassing inzake vermogen, aandelen en bestuur, en en waar zitten de verschillen met andere vennootschapsvormen?

Bij een vennootschapsgeschil kan u tal van (buitengerechtelijke) actiemiddelen aanwenden om patstellingen en conflicten te voorkomen of op te lossen.

Maar hoe bepaalt u de strategie in elke fase van een geschil? Hoe bereidt u zich het beste voor op vlak van dossieropbouw en bewijsvoering en wat doet u beter (niet) om tot het gewenste resultaat te komen?

Obligaties worden steeds vaker ingezet als een alternatieve vorm van schuldfinanciering via financiële instellingen. Deze techniek laat toe van een grotere groep van “investeerders” geld te ontlenen, zonder met de sterke onderhandelingspositie van de bank te worden geconfronteerd.

Maar hoe verloopt de uitgifte van een obligatielening in de praktijk, welke contractuele clausules worden courant voorzien, en welke juridische en organisatorische formaliteiten dienen te worden vervuld? 

Regulering richt zich steeds vaker tot vennootschapsgroepen, waardoor de “due diligence plicht” voor het moederbestuur aanzienlijk wordt uitgebreid en ook non-compliance risico’s bij dochters actief moet monitoren. Met de omzetting van de Corporate Sustainability Due Diligence Richtlijn of CSDDR wordt daar nog een laag aan toegevoegd met de risico’s voor milieu- en mensenrechtenschendingen, zelfs bij indirecte leveranciers van de groep.

Maar hoe vertaalt zich dit in het sanctie- en aansprakelijkheidsrecht en de verantwoordelijkheid van bestuurders van moedervennootschappen? En welke gevolgen brengt de Corporate Sustainability Due Diligence Richtlijn mee voor de controleplicht op dochters en leveranciers , en concreet voor de KMO’s die goederen of diensten leveren aan grote ondernemingen?




Source link

Related Articles

Article