Accredited Investor? We Have a Deal Available Right Now! Click Here to Schedule a Call and Get Full Access

Taxing the rich (non-profits)? Een nieuwe regeling voor de patrimoniumtaks in de maak – Corporate Finance Lab



Een opvallend bericht in De Tijd vandaag: de Kamercommissie voor financiën en begroting heeft een wetsontwerp besproken dat in de kader van de federale begroting onder meer de patrimoniumtaks wil aanpassen. De patrimoniumtaks (eigenlijk is de officiële naam “taks der successierechten”) heft vandaag een belasting van 0,17% op het totale vermogen van VZW’s, IVZW’s en private stichtingen (huidig artikel 147 Wetboek der Successierechten).

Bij de invoering van de patrimoniumtaks in 1921 luidde de idee dat de taks een compensatie vormt voor het feit dat VZW’s en stichtingen niet vaak worden ontbonden en dus zo ontsnappen aan de successierechten die een natuurlijke persoon wél betaalt waardoor de staat minder inkomsten had. Onderliggend speelde ook mee dat vermogen in een “dode hand” niet al te veel aanmoediging moest krijgen.[1] Voor vennootschappen met volkomen rechtspersoonlijkheid zoals de naamloze vennootschap was de taks niet nodig, want zij hadden een wettelijke maximumduur van 30 jaar.[2]

Wat is het huidige regime?

De patrimoniumtaks wordt jaarlijks geheven op het vermogen van een VZW of stichting zodra die meer dan 25.000 euro aan activa bezitten. Het gaat bv. om spaartegoeden, beleggingen, onroerende goederen, maar ook de waarde van auteursrechten of andere onlichamelijke goederen, gewaardeerd aan hun werkelijke waarde. Een VZW met een vermogen van 1 miljoen euro (bv. onroerend goed van 750.000 euro en 250.000 euro aan liquide middelen) betaalt jaarlijks 1700 euro patrimoniumtaks, los van alle andere heffingen of belastingen (onroerende en roerende voorheffing, inkomstenbelasting, etc.).[3] Bestaande schulden kunnen niet worden afgetrokken van de belastbare basis, met uitzondering van de schulden die nodig zijn voor het lopende boekjaar (bv. af te lossen kapitaal voor dat jaar).[4] Bij een VZW met een onroerend goed van 1 miljoen euro en een lange termijn schuld van 1 miljoen euro, zal 1 miljoen euro de belastbare basis vormen.

Wat staat in het wetsontwerp?

Ten eerste stelt het wetsontwerp voor de bestaande vrijstelling op te trekken van 25.000 euro naar 50.000 euro, een maatregel die kleine VZW’s, IVZW’s en stichtingen zeker ten goede zal komen.

Het bestaande vlakke tarief van 0,17% wordt vervangen door een progressief tarief dat trapsgewijs stijgt tot 0,45% (0,15% voor de schijf van 50.000,01-250.000 euro, 0,30% op de schijf van 250.001 euro tot 500.000 euro en 0,45% op het deel van het vermogen boven 500.000 euro).

Om een idee te geven wat die stijging in absolute cijfers (jaarlijks) betekent: voor de fictieve VZW in ons voorbeeld hierboven gaat het om een jaarlijkse belasting van 5.100 euro. Een snelle blik op een aantal Leuvense VZW’s toont aan dat dit toch snel kan aantikken. Zo zou de  Leuvense start-up incubator imec vandaag jaarlijks bijna 1,5 miljoen euro betalen (berekend op 873 miljoen euro activa), maar na invoering van deze regeling zal dit een kleine 4,5 miljoen euro bedragen. De jaarlijkse taks voor het Leuvens kunstencentrum STUK gaat dan weer van 5.100 euro naar 12.000 euro (berekend op 3 miljoen euro activa). Geen geringe bedragen, dus.

In de memorie van toelichting motiveert de wetgever de keuze voor het progressieve tarief door de analogie te maken met het progressieve tarief van de (inmiddels geregionaliseerde) erfbelasting (3%-9%-27%). Nog los van de discussie of deze ratio legis nog steeds relevant is[5], mag men niet uit het oog verliezen dat de taks der successierechten een jaarlijkse belasting vormt, waardoor een verhoging – hoe miniem ook – zich lang laat voelen. Laat ons een VZW nemen met een vermogen van 1 miljoen euro aan liquide middelen die niet nodig zijn voor het komende werkjaar. De gemiddelde levensverwachting in het Vlaamse Gewest bedraagt afgerond 83 jaar[6], waardoor we de situatie van het overlijden van een natuurlijke persoon op 83-jarige leeftijd met een VZW die 83 jaar lang 1 miljoen euro heeft. De VZW zal in het 83ste jaar van haar bestaan 273.900 euro aan taksen hebben betaald (3.300 euro*83 jaren). Bij een erfenis in rechte lijn van 1 miljoen euro aan liquide middelen aan één erfgenaam en enkel roerende goederen komt de erfbelasting daarentegen op 226.500 euro.[7]

Uitzondering voor zorginstellingen

De regeling voorziet in een uitzondering voor instellingen uit de zorgsector door een neutrale oplossing voor hen te voorzien. Zo wil de regering vermijden dat de hervorming van de taks ervoor zorgt dat bepaalde investeringen vertraagd of helemaal niet zouden gebeuren. “De COVID-19-crisis en de nasleep ervan heeft deze sector zeer zwaar onder druk gezet, ook financieel. […] Aangezien de taks in beginsel berekend wordt op basis van het geheel van de bezittingen zou een verhoging van de taks deze noodzakelijke investeringen mogelijks belemmeringen” (Memorie van Toelichting, p. 14).

De uitzondering voor de zorgsector is begrijpelijk, maar zal onvermijdelijk tot kwalificatievragen leiden. Bovendien worden ook andere sectoren met een maatschappelijk relevante taak geraakt door deze uitbreiding. Denk bv. aan welzijnsvoorzieningen, socio-culturele accommodaties, culturele instellingen, jeugdlokalen, etc. Vanaf 500.000 euro zit een VZW of stichting al in de hoogste schijf. De vraag is of geen ruimere aanknopingspunten mogelijk zijn voor de vrijstelling, bv. diensten vrijgesteld van BTW overeenkomstig artikel 44 Wetboek BTW, de onderworpenheid aan rechtspersonenbelasting of instellingen die erkend zijn om aftrekbare giften te ontvangen[8].

Pro memori: de inrichtende machten van onderwijsinstellingen zijn al langer vrijgesteld van de patrimoniumtaks voor de gebouwen die uitsluitend voor onderwijsdoeleinden worden gebruikt, net zoals de natuurverenigingen (artikel 149 Wetboek der successierechten). Ook stichtingen van openbaar nut blijven vrijgesteld van de patrimoniumtaks. Dit heeft een aantal grote organisaties er al toe aangezet om hun (vastgoed)patrimonium in een stichting van openbaar nut onder te brengen. Ook stichting-administratiekantoren blijven buiten schot, aangezien de economische waarde van de aandelen aan de certificaten in handen van de certificaathouders hangt (artikel 150, lid 2, 5° Wetboek der Successierechten).

Tot slot

Niemand betaalt graag belastingen, ook VZW’s en stichtingen niet. Het heffingspercentage van de patrimoniumtaks mag dan futiel lijken, de gevolgen op (zeer) lange termijn zijn dat niet. De (overigens goedbedoelde) uitzondering voor de zorgsector maakt de al complexe regeling nog wat complexer.

Bram Van Baelen


[1] M. DENEF, Economische activiteiten van VZW en stichting, Roeselare, Biblo, 67 (“Met het nieuwe stelsel berust het eigendomsrecht der goederen bij het hoofd der vereniging zelve, die een zedelijk lichaam is, en dit recht is onveranderlijk, zoolang de vereniging blijft bestaan. Daar de goederen niet meer op anderen overgaan zal de Schatkist door dit feit de opbrengst van registratie- en erfenisrechten, die zij thans beurt, moeten derven.”)

[2] Zie ook kritisch over de ratio legis van de belasting: D. DE SCHRIJVER, Verenigingen, stichtingen en belastingen, Roeselare, Roularta, 2019, 584-585.

[3] D. DE SCHRIJVER, Verenigingen, stichtingen en belastingen, Roeselare, Roularta, 2019, 578.

[4] A. HAELTERMAN, Vermogensorganisatie. Een beknopte handleiding, Syllabus bij de colleges “Vermogensorganisatie, met inbegrip van de erfbelasting en de registratierechten”, 2018, 76.

[5] D. DE SCHRIJVER, Verenigingen, stichtingen en belastingen, Roeselare, Roularta, 2019, 583.

[6] https://www.gezondbelgie.be/nl/gezondheidstoestand/levensverwachting-en-levenskwaliteit/levensverwachting#:~:text=De%20levensverwachting%20bij%20de%20geboorte%20is%20het%20hoogst%20in%20het,(80%2C0%20jaar).

[7] https://www.vlaanderen.be/algemeen-tarief-in-de-erfbelasting

[8] https://financien.belgium.be/nl/particulieren/belastingvoordelen/giften#q2




Source link

Related Articles

Article