Accredited Investor? We Have a Deal Available Right Now! Click Here to Schedule a Call and Get Full Access

Nieuw wetsontwerp stelt aanpassing governance van genoteerde vennootschappen in het vooruitzicht – Corporate Finance Lab



Wetsontwerp houdende bepalingen inzake digitalisering van justitie en diverse bepalingen Ibis

In een recent ingediend wetsontwerp “houdende bepalingen inzake digitalisering van justitie en diverse bepalingen Ibis” gaan enkele wijzigingen aan het WVV schuil. Met die wijzigingen wil de regering – in feite komen de ideeën van de FSMA, die iets meer dan een jaar geleden haar werven voor de toekomst voorstelde – de corporate governance van genoteerde vennootschappen aanscherpen.

We overlopen hieronder de belangrijkste ingrepen van het wetsontwerp.

1./ Overdracht van significante activa onderworpen aan goedkeuring aandeelhouders

De (ontwerp)bepaling die het meest in het oog springt – en ook de omstandigste toelichting krijgt in de Memorie, rechtsvergelijking incluis – betreft de overdracht van meer dan drie vierden van de activa van een genoteerde vennootschap. Een dergelijke overdracht vereist de goedkeuring van de algemene vergadering. Dit is innovatief. Het vigerende recht bevat geen dergelijk vereiste across the board; aandeelhouders moeten vandaag in de regel zelfs niet worden geraadpleegd wanneer het bestuursorgaan beslist de onderneming van de hand te doen (tenzij in de feiten een ontbinding of voorwerpwijziging voorligt, of nog in de gevallen bepaald in artt. 7:151-152 WVV en Boek 12 WVV).

Het wetsontwerp is op dit punt uitdrukkelijk ingegeven door bescherming van (minderheids)aandeelhouders:

het doel van deze hervorming is om te verzekeren dat de aandeelhouders niet worden uitgesloten van beslissingen die een existentiële impact op de toekomst en de voortzetting van de activiteiten van de vennootschap zullen hebben” (Memorie, p. 43-44)

Daaraan is ook de beperking van de voorgestelde regel tot genoteerde vennootschappen opgehangen. Extra bescherming van aandeelhouders blijkt vooral in die vennootschappen relevant, gelet op “het verspreide  andeelhouderschap en omwille van de openbare verhandeling van de effecten van de vennootschap en de bijbehorende agency problemen” (Memorie, p. 44).

Nochtans legt het ontwerp geen bijzondere aanwezigheids- of meerderheidsvereisten op. Net zoals het geval is voor de artt. 7:151 en 152 (vakgenoten kennen deze bepalingen als de “bijzondere” algemene vergadering) volstaat een gewone meerderheid. Mogelijk hoopt de regering dat de inlassing van een verplichte aandeelhoudersraadpleging de kansen op litige achteraf beperkt.

De laatst gepubliceerde jaarrekening dient als toetssteen om te bepalen of de voorgestelde overdracht de drempel van drie vierden van de activa overschrijdt. Indien de genoteerde vennootschap geconsolideerde jaarrekeningen openbaar maakt, moet de drempel bovendien ook op basis van de geconsolideerde activa worden berekend. Voorts tracht het ontwerp te anticiperen op de kunstmatige opsplitsing van transacties: alle overdrachten van activa die hebben plaatsgevonden tijdens de laatste twaalf maanden en die niet werden goedgekeurd door de algemene vergadering worden samengeteld met de voorgenomen overdracht om te berekenen of de drempel is bereikt.

De algemene vergadering moet haar goedkeuring niet “blind” geven. Het bestuursorgaan dient de overdracht te verantwoorden in een omstandig verslag. Het verslag zal beschikbaar zijn voor de houders van aandelen, winstbewijzen, converteerbare obligaties, inschrijvingsrechten of met medewerking van de vennootschap uitgegeven certificaten. Ontbreekt het bestuursverslag, dan is het besluit van de algemene vergadering nietig.

Opvallend is dat het ontwerp vooralsnog geen uitzondering bevat voor overdrachten in het kader van een reorganisatieprocedure. Het is immers contra-intuïtief om een schuldherstructurering voor te leggen aan aandeelhouders, die economisch niets meer te verliezen hebben. Om die reden stelt ook de Herstructureringsrichtlijn voorop dat aandeelhouders de goedkeuring en uitvoering van een herstructureringsplan niet mogen voorkomen of verhinderen. De normale regels van het vennootschapsrecht moeten daar zelfs voor wijken (cf. overwegingen 57 en 96 van die Richtlijn). Tenzij het wetsontwerp op dit punt wijzigt, zijn we overgeleverd aan artt. XX 82 en 83/20 WER. Luidens die bepalingen kan elke belanghebbende, in de mate dat de uitvoering van het reorganisatieplan een beslissing vereist van een algemene vergadering en de algemene vergadering op onredelijke wijze de tenuitvoerlegging van het plan verhindert, de rechtbank verzoeken de  vennootschap te bevelen de beslissingen te nemen die de tenuitvoerlegging van het plan vereist. Het BCV riep nog recent op om de wisselwerking tussen vennootschapsrecht en insolventierecht niet te verwaarlozen.

Een andere vraag is wat het gevolg is van het ontbreken van de goedkeuring van de algemene vergadering. Bij gebrek aan bijzondere regel verschijnt de vereiste goedkeuring als een nieuwe wettelijke beperking aan de vertegenwoordigingsbevoegdheid van het bestuursorgaan, die ontsnapt aan de derdenbescherming van het Prokura-systeem. In Nederland is het antwoord anders: het ontbreken van de goedkeuring van de algemene vergadering tast er de vertegenwoordigingsbevoegdheid van bestuur of bestuurders niet aan (art. 2:107a BW).

2./ Aanscherping positie onafhankelijke bestuurders

Het ontwerp verduidelijkt dat genoteerde vennootschappen minstens drie onafhankelijke betsuurders moeten tellen. Dit volgt vandaag reeds onrechtstreeks uit (o.a.) art. 7:97 § 3 WVV dat oplegt dat elke beslissing of verrichting ter uitvoering van een bestuursbeslissing die verband houdt met een verbonden partij de voorafgaandelijke beoordeling vereist van een comité van drie onafhankelijke bestuurders.

Telt de raad van bestuur niet (langer) drie onafhankelijke bestuurders, dan stelt de eerstvolgende algemene vergadering een raad van bestuur samen die wel voldoet, evenwel zonder dat dit afbreuk doet aan de regelmatigheid van de samenstelling van de raad van bestuur tot op dat ogenblik. Elke andere benoeming is nietig. Als de raad van bestuur na die algemene vergadering nog steeds niet wetsconform is samengesteld, wordt elk financieel of ander voordeel dat aan de bestuurders toekomt op grond van hun mandaat vanaf dan geschorst, en dit totdat de samenstelling van de raad van bestuur terug in overeenstemming is.

Deze nieuwe regel zal (aldus het ontwerp) van toepassing zijn vanaf de eerste dag van het tweede boekjaar dat aanvangt na de bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad. Vennootschappen krijgen dus enige tijd om zich in lijn te brengen. De regel zal overigens ook gelden voor genoteerde vennootschappen met minder dan drie aandeelhouders.

Verder preciseert het ontwerp dat, om na te gaan of een kandidaat bestuurder aan deze voorwaarde voldoet, “minstens” de criteria worden toegepast uit de Corporate Governance Code. Het wettelijk vermoeden dat een kandidaat reeds onafhankelijk is indien zij/hij aan die criteria beantwoordt, wordt geschrapt. Bovendien: wanneer de raad van bestuur de kandidaatstelling van een onafhankelijke bestuurder voorlegt aan de algemene vergadering, moet hij uitdrukkelijk bevestigen geen indicatie te hebben van enig element dat de onafhankelijkheid in twijfel zou kunnen trekken. De bedoeling is duidelijk: de voordracht van een kandidaat-onafkankelijk bestuurder mag geen formaliteit zijn, de criteria van de Code zijn een noodzakelijke maar niet langer voldoende voorwaarde, en het bestuursorgaan moet kandidaten grondig onderzoeken.

3./ Bestuursverbod voor veroordeelde bestuurders

Tot slot wordt art. 20 Bankwet (via een verwijzing in het WVV) uitgebreid naar bestuurders van genoteerde vennootschappen en organisaties van openbaar belang. Dat impliceert dat personen die werden veroordeeld tot bepaalde misdrijven, zoals witwassen, misbruik van voorwetenschap en omkoping, geen bestuurder (meer) kunnen zijn in dergelijke vennootschappen of organisaties. De regering acht een dergelijk beroepsverbod essentieel voor het vertrouwen in het financieel systeem en de reputatie en integriteit van de daarin betrokken actoren (Memorie, p. 39).

Het is nu afwachten of en in welke mate dit wetsontwerp door het parlement passeert.

Stijn De Dier




Source link

Related Articles

Article