Share this post on:



‘Leest die vrouw dan nooit ernstige zaken, hoor ik u denken?’

Ter inspiratie voor onze zomerlectuur vroeg Corporate Finance Lab enkele BJ’s (bekende juristen) en vrienden van het Lab: (1) Welke boeken hebben u als jurist het meest gevormd ? en (2) Welke boeken neemt u straks mee op vakantie of beveelt u aan? Vandaag: Marieke Wyckaert, hoogleraar vennootschapsrecht aan de KU Leuven en een van de vier hoofdstellers van het WVV.

Voor mij geen moeilijker vraag dan die wat ik graag gelezen heb: ik ben namelijk zonder meer een letterveelvraat. Als pas lezend kind al durfde ik aan het ontbijt wel eens uit puur leesgenot de verpakkingen van de Kellogg’s Corn Flakes te lezen, in alle talen (dat mocht toen nog als ontbijt, maar enkel als “special treat”). Ik voeg er dus een criterium aan toe: welke boeken heb ik ook zonder meer onthouden? Dat zijn boeken die ik u durf aanraden, ook al is het nooit zeker dat ze ook u zullen bevallen.

Ik probeer steeds in de taal van de schrijver te lezen, als ik die machtig ben. Met Duits is dat jammer genoeg nog niet het geval, maar ik heb stille hoop dat dat binnenkort wel zo is: ik heb alvast, als gemakkelijk proevertje, Schuld van Ferdinand von Schirach (een soort Duitse Grisham-in-spe, heb ik mij laten vertellen) klaar liggen voor deze zomer. Als dat lukt volgt hopelijk het ernstigere werk (zoals de door Hans De Wulf ook genoemde Florian Illies, maar ook Bernard Schlink en W.G. Sebald staan op de verlanglijst).

Laat mij dus – in willekeurige volgorde en associatief – een aantal schrijvers en hun boeken die ik mij zonder dat ik voor mijn boekenkast moet gaan staan zonder meer herinner met u delen (ik vermeld hier en daar enkele titels die echt indruk op me maakten, vaak las ik meer van hen, soms ook niet): Tolkien (In de Ban van de Ring, verslonden toen ik een jaar of 12 was, de eerlijkheid gebiedt mij te bekennen dat ik ze als volwassene nooit herlas, maar ik heb de Trilogie nog), Louis Couperus (Eline Vere), Annie M.G. Schmidt (“Prr TaLieLoe”, weet u nog? Uiteraard kinderboeken, maar ik zal ze met plezier steeds opnieuw voorlezen), Jane Austen (alles! Dat prachtige Engels alleen al), Stefan Zweig (De wereld van gisteren, Marie-Antoinette: Portret van een gemiddelde vrouw, Het land tussen de talen), Sandor Marai (Gloed), Erwin Mortier (Sluitertijd, Godenslaap, Gestameld Lied), Tom Lanoye (alleen Sprakeloos kon mij bekoren, maar dan wel heel erg), Stefan Hertmans (De Bekeerlinge), Amos Oz (Judas, Een vertelling van liefde en avontuur), Gunther Grass (De blikken trommel, De rokken van de ui),

Vladimir Nabokov (Lolita, Geheugen: spreek), Joseph Roth (De Radetsky mars, Hotel Savoy, De wandelende jood), Siri Husvedt  (What I Loved, The Summer without Men, Mothers, Fathers and Others (op dit ogenblik avondliteratuur)), Nino Haratischwili (Het achtste leven (voor Brilka)), Per Olov Enquist (Het bezoek van de lijfarts), Rosina Lippi (Hofstede), Isaac Basjevish Singer (lees ook zijn kinderverhalen), David Grossman (Haar lichaam weet het, Komt een paard de kroeg binnen), Chaïm Potok (Mijn naam is Aster Lev), Annette Schaap (Lampje, Meisjes (officieel kinderboeken, maar zalig)), Vassili Grossman (Leven en Lot, mij aangeraden door de betreurde eigenaar van Corman in Oostende; zijn dochter nam gelukkig over. Het boek is even magistraal als Schuld & Boete van Dostojevski), Pierre Lemaître (Au revoir là-haut, idem, lees het boek voor u de film bekijkt), John Irving (A prayer for Owen Meany; iets minder enthousiast over zijn recentste romans: dezelfde grondpatronen komen steeds terug), Alice Walker (The Color Purple), Toni Morrison (Beloved), Dalmon Galgut (The Promise), Conny Palmen (vooral de boeken over haar grote liefde Ischa Meijer; de rest vind ik wat taai). De herinnering aan het ene boek brengt meteen dat aan een ander mee, ik kan dus nog wel even doorgaan. Overigens las ik ook Antigone van Jean Anouilh en La Peste van Albert Camus, beide met plezier en Antigone meerdere malen. Maar ook Le Deuxième Sexe en Mémoire d’une jeune fille rangée van Simone de Beauvoir, de biografie over Simone Veil, en die over Jenny von Westfalen, de (adellijke) vrouw van Karl Marx en recent het prachtige Les Années van Annie Ernaux. En ik vergeet J.M. Coetzee (Waiting for the Barbarians, Disgrace, Elisabeth Costello). En Julian Barnes (alles, ik kocht vorige week zijn laatste, Elizabeth Finch. Hij plantte in A History of the World in 10 1/2 Chapters het eerste zaadje dat mij ooit geheel met mijn ooit eens komende dood zal verzoenen). 

En laat ik de dichters niet vergeten: bijvoorbeeld Herman De Coninck (lichtvoetig maar o zo ernstig), Eddy Van Vliet (een jurist), Baudelaire (Les fleurs du mal), Louise Glück (Averno, hard, maar wondermooi; en ja, ontdekt dank zij haar Nobelprijs). En lees ook Zbigniew Herbert (in een mooie vertaling van Edwin Mortier) in Engelenkeel, met ontroerende beelden van engelen van Berlinde De Bruyckere (geen literatuur, ik besef het, maar dit boekje is een kleinood in zijn symbiose).

Leest die vrouw dan nooit ernstige zaken, hoor ik u denken? Het is maar wat u als ernstig beoordeelt; ik probeer:  Peter Frankopan (A new history of the world; ja, ik las beide delen), Hendrik  Vos (Dit is Europa, zeer verteerbaar maar ik leerde veel bij), Bart Van Loo (De Bourgondiërs, idem), Orlando Figes (The Europeans, idem), Ross King (The Bookseller of Florence), Geoffrey Parker (Emperor), Jill Lepore (These Truths. A History of the United States).  

Toen ik een tweetal jaar geleden naar een kleinere stadswoonst verhuisde, wist ik dat, ondanks massaal aanwezige en nog enkele aangebrachte boekenplanken in die stadswoonst, ik harde keuzes zou moeten maken: er gingen in het totaal meer dan 20 dozen met boeken naar Oxfam. Elk boek ging door mijn handen, en telkens dacht ik: is er een kans dat ik dit boek ooit nog eens vastneem om te lezen, of dat ik het uitleen of (een nieuw exemplaar) cadeau doe omdat ik het zelf zo graag las? Dat is sinds die helse oefening de norm: een gelezen boek gaat ofwel dadelijk naar Oxfam, ofwel zoek ik toch maar een plaatsje, desnoods in dubbele rij – gelukkig is de boekenkast van staal. Sindsdien weet ik dat ik boeken ontgroei, zelfs op mijn zachtjes vorderende leeftijd.

Precies daarom besef ik ook dat alle gelezen boeken mij voortdurend mee maken tot wie ik nu ben.  Als mens, als vrouw, als jurist. Wij zijn immers menswetenschappers, en elk boek dat ik hierboven vermeld droeg er ooit toe bij dat ik de mens een beetje beter leerde kennen. Ik som dus niet ook nog eens alle juridische literatuur op die ik ooit verslond of met enige tegenzin doornam: dat kan u zelf grotendeels raden als u weet waarmee ik als jurist bezig ben.

En deze zomer? De boeken die ik hierboven al noemde, maar ook Pat Parker, Women of Troy, de nieuwe uitgave van de verhalen van Sherezade, Jacques Le Goff, Les intellectuels au Moyen Age (dank u, corporate lab rats Joeri en Arie). Of andere boeken, die het leven op mijn pad brengt. Ik wens u een gelijkaardige literaire serendipiteit toe gedurende de komende maanden.

Marieke Wyckaert




Source link

Share this post on:

Leave a Comment

Your email address will not be published.