Accredited Investor? We Have a Deal Available Right Now! Click Here to Schedule a Call and Get Full Access

Kan de belangenconflictprocedure van toepassing zijn op de inkoop van eigen aandelen ?  – Corporate Finance Lab



Noot onder hof van beroep Antwerpen 24 november 2022

Moet een vennootschap de belangenconflictprocedure toepassen op de inkoop van eigen aandelen? Dat was de rechtsvraag die voorlag in het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 24 november 2022. Het hof antwoordde met een duidelijke “neen” op deze vraag, en wees de nietigheidsvordering tegen het besluit tot inkoop van eigen aandelen af.

In mijn annotatie van dit arrest, net verschenen in het TRV-RPS, treed ik de conclusie van het hof bij voor deze specifieke zaak, maar argumenteer ik dat het hof eigenlijk wat genuanceerder had moeten zijn. Ik vat in deze blogpost mijn argument samen.

De bevoegdheid van de algemene vergadering 

Het hof van beroep te Antwerpen stelt dat de belangenconflictprocedure in artikel 523 W.Venn. (ondertussen artikel 7:96 WVV) niet van toepassing is op “beslissingen die tot de bevoegdheid van de algemene vergadering zelf behoren, zoals de inkoop van eigen aandelen”. Weliswaar kon de vennootschap in deze zaak geen beslissing van de algemene vergadering voorleggen, maar het hof stelt dat de niet-naleving van de vereiste van een voorafgaand besluit van de algemene vergadering in artikel 620 §1 W.Venn. (nu artikel 7:215 WVV) niet werd ingeroepen door de partijen en ook enkel zou kunnen leiden tot de nietigheid van de aandelen (artikel 625 W.Venn.; huidig artikel 7:219 WVV), en niet tot de nietigheid van de inkoop.

Het hof bevestigt dus het principe – algemeen aanvaard in de rechtsleer – dat de belangenconflictprocedure niet van toepassing is als de algemene vergadering bevoegd is. Het hof verwijst voor de rechtvaardiging van dit principe naar een eerder artikel van mij in het TPR, waarin ik inderdaad opmerk dat de traditionele rechtvaardiging voor de niet-toepassing van de belangenconflictprocedure op beslissingen van de algemene vergadering is dat aandeelhouders beschermd worden door de mogelijkheid om te participeren in de algemene vergadering. In de volgende zin van mijn artikel bekriteer ik echter ook deze traditionele rechtvaardiging, en merk ik op: “[a]ls de algemene vergadering echter gedomineerd wordt door een referentieaandeelhouder, dan is die bescherming eerder illusoir”. Daarom concludeer ik ook op dat men zich de lege ferenda wel vragen kan stellen bij het ontbreken van een belangenconflictprocedure voor beslissingen op het niveau van de algemene vergadering. Dat is echter een afweging die de wetgever, en niet de rechter, moet maken. Het arrest van het hof van beroep te Antwerpen kan dus worden bijgetreden, omdat het zorgt voor rechtszekerheid, door de bevestiging van een door de rechtsleer algemeen aanvaard principe.

Niettemin is het arrest van het hof van beroep te Antwerpen volgens mij onvoldoende genuanceerd. Het hof is immers te categoriek in haar stelling dat de inkoop van eigen aandelen nooit een beslissing van het bestuursorgaan impliceert (zie bv. nr. 2.2: “Deze inkoop van eigen aandelen is immers geen beslissing of verrichting die tot de bevoegdheid van de raad van bestuur behoort”). Het klopt dat zowel onder artikel 620 W.Venn. als onder artikel 7:215 WVV in principe een voorafgaand besluit van de algemene vergadering vereist is voor de inkoop van eigen aandelen. Echter, zowel onder het W.Venn. als onder het WVV is dit voorafgaande besluit van de algemene vergadering bij wijze van uitzondering niet vereist als de aandelen worden ingekocht om aan te bieden aan het personeel van de vennootschap (een begrip dat sinds het WVV ook de bestuurders van de vennootschap omvat). In dat geval is het bestuursorgaan dus wel bevoegd, en is de belangenconflictprocedure dus potentieel van toepassing.

Daarnaast volstaat het ook (zowel onder het W.Venn. als onder het WVV) dat het voorafgaande besluit van de algemene vergadering tot inkoop van eigen aandelen het maximumaantal te verkrijgen aandelen, de duur van de machtiging en de minimum- en maximumwaarde van de vergoeding voor de aandelen bepaalt. Dat betekent dat het bestuursorgaan nog steeds een grote discretie heeft over de uiteindelijke prijs en het aantal aandelen dat worden ingekocht, zeker als de machtiging breed is, wat bijvoorbeeld in genoteerde vennootschappen vaak het geval is. Mij lijkt het dan ook logisch dat als het bestuursorgaan nog over discretie beschikt met betrekking tot het aantal aandelen dat wordt ingekocht en/of de concrete prijs, dat de belangenconflictprocedure toch moet worden toegepast als een bestuurder een vermogensrechtelijk belangenconflict heeft bij de inkoop. In dat geval is er immers wel een gevaar dat dit belangenconflict ervoor zorgt dat de belangen van de vennootschap worden geschaad door de inkoop, zodat de belangenconflictprocedure een nuttige rol kan spelen.

Men kan hier een analogie maken met de machtiging tot uitgifte van aandelen (“toegestaan kapitaal” in de NV of “bevoegdheidsdelegatie” in de BV). Ook hier wordt aangenomen dat de de beslissing van het bestuursorgaan om aandelen uit te geven op basis van een machtiging van de algemene vergadering onderworpen is aan de belangenconflictprocedure.Als de belangenconflictprocedure van toepassing kan zijn op de beslissing van het bestuursorgaan om aandelen uit te geven, dan zie ik geen reden waarom dat ook niet het geval zou zijn voor de beslissing van het bestuursorgaan om aandelen in te kopen. 

Wanneer is er een belangenconflict bij de inkoop van eigen aandelen?

De mogelijke toepassing van de belangenconflictprocedure op de beslissing van het bestuursorgaan om gebruik te maken van een machtiging tot inkoop van eigen aandelen doet de vraag rijzen wanneer bestuurders een vermogensrechtelijk belangenconflict hebben met betrekking tot de inkoop van eigen aandelen. Hier zou ik verdedigen dat het niet volstaat dat een bestuurder zelf aandelen bezit om te concluderen dat de bestuurder een vermogensrechtelijk belangenconflict heeft met betrekking tot de inkoop van eigen aandelen. Het volstaat immers niet dat een bestuurder een belang heeft bij de transactie – dat belang moet ook strijdig zijn met het belang van de vennootschap. Dat is volgens mij niet noodzakelijk het geval bij een inkoop van eigen aandelen, bijvoorbeeld als het aanbod van de vennootschap tot inkoop van eigen aandelen gericht is aan alle aandeelhouders (zoals in principe verplicht is, met enkele uitzonderingen). Zelfs als de bestuurder van plan is om zijn aandelen aan te bieden aan de vennootschap, kan men verdedigen dat het belang van de bestuurder-aandeelhouder om een zo hoog mogelijke prijs te ontvangen voor zijn aandelen niet conflicteert met dat van de andere aandeelhouders, die eenzelfde mogelijkheid hebben om hun aandelen te verkopen aan de vennootschap. 

Men zou hiertegen kunnen inbrengen dat de vennootschap een groter vermogen zou hebben als de prijs die wordt betaald voor de ingekochte aandelen lager zou zijn, en dat het belang van de bestuurder-aandeelhouder daarom in strijd is met dat van de vennootschap. Dat argument overtuigt volgens mij niet, omdat belang van de vennootschap volgens het Hof van Cassatie moet worden ingevuld als het het collectief winstbelang van haar huidige en toekomstige aandeelhouders” (28 november 2013). De vennootschap heeft volgens mij geen afzonderlijk belang bij de inkoopprijs van de aandelen. Daarom geeft een inkoop van eigen aandelen die alle aandeelhouders gelijk behandelt volgens mij geen aanleiding tot een conflict tussen de belangen van de bestuurder-aandeelhouder en de belangen van de andere aandeelhouders, en dus ook niet tot een conflict met het vennootschapsbelang. Wel zou men kunnen argumenteren dat de andere aandeelhouders niet weten of de prijs die wordt betaald in de inkoop een eerlijke prijs is, zodat het verdedigbaar is dat de bestuurders moeten laten weten aan de andere aandeelhouders of zij hun aandelen zullen aanbieden aan de vennootschap, zodat andere aandeelhouders eventueel hetzelfde kunnen doen.

In elk geval lijkt mij er geen sprake van een vermogensrechtelijk belangenconflict als de bestuurder zich op voorhand verbindt om zijn aandelen niet aan te bieden aan de vennootschap die tot inkoop wil overgaan. Ook als de vennootschap gewoon haar eigen aandelen inkoopt of laat inkopen op de beurs, lijkt het mij dat de bestuurders die ook aandeelhouder zijn niet per se een belangenconflict hebben. Als zij de beslissing goedkeuren weten zij immers nog niet of ze hun aandelen aan de vennootschap kunnen verkopen. 

In bepaalde bijzondere gevallen kan er mogelijks wel sprake kan zijn van een vermogensrechtelijk belangenconflict van een bestuurder bij de inkoop van eigen aandelen. In een niet-genoteerde vennootschap of een genoteerde vennootschap waarvan de aandelen slechts een beperkte liquiditeit hebben, kan de inkoop van eigen aandelen bestuurders-aandeelhouders een exit-mogelijkheid bieden. Als die bestuurders op dat moment een bijzonder belang hebben bij een verkoop van hun participatie, dat verschilt van de andere aandeelhouders, zou er mogelijks toch sprake kunnen zijn van een vermogensrechtelijk belangenconflict. Daarom moet de analyse of er daadwerkelijk een vermogensrechtelijk belangenconflict is volgens mij steeds in concreto gebeuren door het bestuursorgaan, in voorkomend geval onder controle van de rechter en de commissaris.

In elk geval vergt de toepassing van de belangenconflictprocedure op de inkoop van eigen aandelen een complexere analyse dan die van het hof van beroep te Antwerpen. 

Deze blogpost is gebaseerd op een noot van de auteur gepubliceerd in het TRV-RPS.

Tom Vos
Gastprofessor bij de Jean-Pierre Blumberg Leerstoel aan de Universiteit Antwerpen; advocaat bij Linklaters LLP; vrijwillig wetenschappelijk medewerker bij de KU Leuven

Author: Tom Vos

Tom Vos is a visiting professor at the Jean-Pierre Blumberg Chair of the University of Antwerp, where he conducts research and teaching in the field of corporate governance. He is also affiliated as voluntary scientific collaborator with the Jan Ronse Institute (KU Leuven). His current research interest is short-termism in corporate governance.
View all posts by Tom Vos




Source link

Related Articles

Article